Home Onze Club Historiek Clubs Reglementen Uitslagen Kalender Gallerij
© Made & Powered by Bert
Koninklijke Balboogmaatschappij St. Servatius Aalst

Reglement van de Federatie

Voorwoord Dit reglement is gebaseerd op het reglement van 26 januari 1963, verbeterd met de uitgave van 3 maart 1974 en aangepast aan alle beslissingen en wijzigingen desbetreffend genomen tijdens de jaarlijkse Federale Vergaderingen van 1974 tot en met 2013 inbegrepen. Hoofdstuk I: Wat betreft het materieel en materiaal. Artikel 1: Hoogte van de wip, 18 meter van de grond tot aan de vogel, met een tolerantie van 20 cm. Artikel 2: Kleur van het laken binnen de kap: zo donker mogelijk, liefst zwart. Artikel 3: Hardhouten, cilindrische vogels, volgens nationaal model, dienen verzilverd te zijn. De afmetingen van deze Federale vogels zijn: Lengte    van 52 tot 55 mm; Diameter van 31 tot 33 mm. Artikel 4: De prang van de wip moet voorzien zijn van minimum 7 gelijke pinnen met een lengte van minimum 230 tot 250 mm, met een cirkelvormige doorsnede van 10 mm en naar boven toe eindigend in een vierkante piramide van circa 20 mm en afgeplat. Deze pinnen worden op de prang op een afstand van 110 tot 130 mm van elkaar geplaatst. (* zie schets 2 in bijlage; opstelling der pinnen). De prang wordt in het wit geschilderd en de pinnen in het rood. Artikel 5: Samenstelling van de ballen: een legering van lood, antimonium en een weinig tin, maximum gewicht 17 gram. Artikel 6: Aan de bogen mogen alle mogelijke verbeteringen worden aangebracht om de zichtbaarheid te verbeteren. Dubbele en driedubbele lenzen, kijkers, diafragma's en diopters zijn echter verboden. Artikel 7: Schietingen gehouden op een wip of met materiaal dat aan deze voorwaarden niet voldoen, komen niet in aanmerking voor nationale titelwedstrijden of klassementen. Hoofdstuk II: Samenstelling der pelotons. Artikel 1: Vóór de aanvang van de wedstrijd, zal door middel van loting de schietvolgorde per stad bepaald worden. Sedert de A. V. van 16/11/1991 is hierop een aanpassing gevraagd, namelijk dat de maatschappij, die van het verste komt, voortaan als eerste mag beginnen schieten, gevolgd door de tweede verste en zo tot de inrichtende maatschappij, die altijd als laatste schiet. De inschrijvingen geschieden per maatschappij en per peloton, met vermelding van de naam en de voornaam van elke schutter, op speciale briefjes en dit vóór de aanvang van de schieting, t.t.z. vóór 14.00 uur. Artikel 2: Een peloton bestaat uit zes personen. Artikel 3 : Per maatschappij mogen meerdere pelotons worden ingeschreven. Artikel 4: Een tweede peloton van minstens één persoon komt ook in aanmerking voor pelotonsprijzen. Eventueel kan een derde of vierde peloton van één persoon ook in aanmerking komen voor de pelotonsprijzen. (Wijziging A. V. 30/11/2002) Artikel 5: Om voor een pelotonsprijs in aanmerking te komen, moet er door het peloton minstens één vogel afgeschoten worden. Artikel 6: Al de ingeschreven schutters moeten aanwezig zijn bij de aanvang van de schieting. Tijdens de eerste ronde mag elke schutter, die met een geldige reden te laat komt, zijn beurt geven. Is de eerste ronde voorbij en de tweede reeds bezig, dan volgt hij normaal met zijn maatschappij zijn beurt op. Vanaf de tweede ronde moet iedere schutter zijn beurt geven met zijn maatschappij. Om geen enkele reden mag de schutter dan nog zijn beurt geven tussen de schutters van een andere maatschappij. (Wijziging A. V. 19/11/1988) Artikel 7: Vanaf  01/05/2010 bedraagt het inleggeld 3 € per schutter, als volgt te verdelen: 0,75 € voor de N.U.K.B.; 0,87 € voor de N.F.B.B.; 1,38 € voor de afgeschoten vogels. Artikel 8: Alleen de leden aangesloten bij een maatschappij, op haar beurt aangesloten bij de N.F.B.B., mogen deelnemen aan de schietingen. Iedere deelnemende schutter aan wedstrijden of oefeningen moet in het bezit zijn van zijn lidkaart VlaS / URA! Indien hij tijdens deze manifestaties schade toebrengt aan derden of het een persoonlijk letsel betreft, dan moet er zo vlug mogelijk (binnen de vierentwintig uur) een aangifte worden opgemaakt met alle nodige gegevens (naam, adres, nummer lidkaart, gebeurlijk naam en adres van de inrichters) en aan de verzekering worden overgemaakt, alsook dient een kopie van deze aangifte naar het secretariaat van de L.U.K. te worden gezonden. Hoofdstuk III: Aantal ronden. Artikel 1: Voor de Nationale wedstrijden, met inbegrip van de Federale, is het aantal ronden vastgelegd op vijf, indien het aantal schutters 55 of meer bedraagt. Als er minder dan 55 schutters zijn ingeschreven, dan wordt het aantal ronden vastgelegd op zes. (Wijziging A. V. 4/12/2004). Indien 35 of minder schutters gaan we naar 7 ronden.(Wijziging A. V. 1/12/2012) Artikel 2: In geval van slecht weer zullen de commissarissen, de voorzitters en het bestuur van de Federatie zich naar de wip begeven en na overleg beslissen of er al dan niet kan worden geschoten. Artikel 3 : Indien er niet kan geschoten worden, gelden de volgende regels:  Na 1 uur wachten, 1 beurt minder;  Na 2 uur wachten, de schieting annuleren; (zie ook Hfst. VII, Art. 5)  Bij schorsing na l, 2 of 3 ronden worden de afgeschoten vogels aan een maximum van    1,98 € uitbetaald. (Zie ook Hfst III, Art 4; wijziging geldig vanaf 8/1996). Bij schorsing na de vierde ronde wordt de schieting aanzien als gedaan en wordt het prijzengeld verdeeld zoals dit voor een normale wedstrijd is voorzien. Artikel 4: Het bestuur van de Federatie, samen met de voorzitters, kunnen evenwel beslissen de wedstrijd zelfs na 2 of 3 ronden te laten meetellen voor het klassement en de prijzen. (Wijziging vanaf 8/1996) Artikel 5: Alle klassementen worden opgesteld op basis van een gelijk aantal ronden. Hoofdstuk IV: Prijzen en klassementen. Artikel 1: De pelotonsprijzen zijn vanaf 01/01/2002 als volgt vastgesteld: 8,00€  - 7,00€  -  6,50€  -  6,00€  -  5,00€  -  4,50€  -  4,00€  -  3,50€  -  3,00€  - 2,50€, in totaal 50,00 € ! Artikel 2: De pelotonsprijzen worden betaald door de inrichtende maatschappij. Deze bedragen voor de normale, nationale schietingen 50,00 € en voor de Federale schieting 00,00€ vanaf 2004 ! De Fedratie betaalt zelf de pelotonsprijzen.(A. V. 6/12/2003) Artikel 3 : De uitbetaalde prijs per afgeschoten vogel is gelijk aan het totaal van het hiervoor ingelegde geld gedeeld door het aantal afgeschoten vogels. Hierbij moet er rekening worden gehouden met de bepalingen vermeld in artikel 3 van hoofdstuk III ! Artikel 4: De prijzen zullen op een volgende schieting of vergadering worden overhandigd.(A.V. 1995) Artikel 5: Voor het nationale kampioenschap, individueel of per maatschappij, komen er zeven schietingen in aanmerking ingericht door de volgende maatschappijen: drie uit Aalst, één uit Brussel, één uit Hemiksem, één uit Tienen en één uit Oostende. (Wijziging A. V. 25/11/2000) De Federale schieting is hier inbegrepen. Deze mag als laatste doorgaan, maar dit is niet noodzakelijk. (Wijziging A. V. 14/11/1992) Artikel 6: Voor het klassement van het nationaal kampioenschap per maatschappij zal telkens het peloton met het beste "dagresultaat" van iedere deelnemende maatschappij in aanmerking worden genomen. Artikel 7: Het prijzengeld en de wedstrijdbladen kunnen meegenomen worden door de voorzitter, de secretaris of de penningmeester van de Federatie, die dan de afrekening maakt en de volgende wedstrijd het prijzengeld per maatschappij verdeelt en het klassement individueel en per maatschappij meedeelt. Hoofdstuk V: Orde, tucht, inrichting en verloop. Artikel 1: Twee commissarissen zullen telkens instaan voor het ordentelijk verloop van de schieting. De twee maatschappijen, die deze commissarissen dienen af te vaardigen, worden voor elke schieting aangeduid op de Algemene Vergadering van de N.F.B.B.! Zij mogen ook behoren tot de stad of gemeente waar de schieting doorgaat. Artikel 2: De commissarissen zullen blijven tot het einde van de normale wedstrijd. Nadien, bij het eventueel kampen, worden zij vervangen door 2 leden van het bestuur van de federatie. De prang zal beneden gelaten worden nadat de laatste schutter geschoten heeft en blijft beneden tot alle uitslagen bekend zijn en medegedeeld worden door de voorzitter van de federatie of zijn vervanger. Pas dan kan het kampen beginnen in de volgorde bepaald in hoofdstuk VI artikel 10. Wanneer bij het kampen een vogel geraakt wordt zal er naar de volgende vogel geschoten worden. Alleen de leden van de federatie hebben hier de volmacht van beslissing. Alle andere schutters zullen zich in stilte, zonder commentaar, op een voldoende afstand van de kampende deelnemers bevinden. De respectievelijke commissarissen zullen herkenbaar zijn door een armband of badge. Het is niet noodzakelijk dat de voorzitter als commissaris optreedt, hij kan dit mandaat aan een ander bestuurslid van zijn club doorgeven. Artikel 3 : Dronken schutters mogen niet meer onder de wip komen. In voorkomend geval zullen de commissarissen de betrokken ploegleider of voorzitter verwittigen, die dan verbod dient op te leggen aan de schutter in kwestie. Artikel 4: De inrichtende maatschappij moet de inschrijvingen per peloton verrichten op de afzonderlijke bladen, één per maatschappij. (Model overgemaakt op A.V. 04/12/2004 door secretaris A.T.) Na de wedstrijd worden de ingevulde bladen met het wedstrijdverloop, ronde na ronde, van de afgeschoten vogels, aan de secretaris van de Federatie terugbezorgd, getekend door een vertegenwoordiger van de deelnemende maatschappij. Dit is nodig voor het opmaken van het klassement en gebeurlijke controle. Artikel 5: Afgevaardigden van andere maatschappijen mogen vragen de inschrijvingen tijdens de schietingen na te zien, doch zonder het verloop te storen. Artikel 6: De schieting begint om 14.00 uur stipt! Artikel 7: Er wordt omhoog geschoten naar de rechtstaande vogels op de prang, in strikte volgorde van links naar rechts. Afgeschoten vogels buiten deze volgorde tellen niet mee en worden als verkeerde ingeschreven. Indien een vogel, om welke reden dan ook, zou gedraaid staan, dient hij in volgorde eveneens te worden afgeschoten. Indien er vogels van de pinnen vallen, dan mag de prang niet neergelaten worden, tenzij het de laatste van de reeks waren. Deze vogels worden als verkeerde ingeschreven. De pin, waarop de vogel staat, moet volledig leeg zijn, zoniet wordt er naar het resterend stuk verder geschoten totdat deze leeg is. Enkel wanneer de pin leeg is, telt de vogel. Artikel 8: Een schot waarbij de loden bal de onderkant van de kap (net) niet bereikt, mag worden overgedaan. Een schot zonder bal mag hernomen worden. Wanneer een schot afgaat, vooraleer de schutter in schiethouding staat, mag ook worden overgedaan. Onder de term "in schiethouding staan" dient men te verstaan dat het "mikgebeuren" of het aanleggen nog niet is aangevangen. Is dit wel gebeurd, dan wordt het schot als geldig beschouwd. Het oordeel van de commissarissen is hiervoor onherroepelijk. Artikel 9: Een gehandicapte schutter mag al zittend schieten. (A. V. 17/12/1983) Er wordt algemeen gevraagd om dit reglement soepel toe te passen. Artikel 10: De schutters getroosten zich verre verplaatsingen om slechts vijf, zes of zeven beurten te schieten en wanneer dan, meestal door een dom toeval, een beurt moet worden verloren, dan is dat zeer jammer voor de schutter en niet bevorderlijk om het elan in onze sport te behouden, nochtans rede en stiptheid zijn geboden. Hoofdstuk VI: Uitzonderingsbepalingen. Artikel 1: Voor de Federale schieting is één peloton van vier of vijf personen toegelaten. (Wijziging A. V. 30/11/2002) Artikel 2: De volgorde van de Federale schietingen wordt bij loting vastgesteld en dit voor acht jaar. Artikel 3 : Op het einde van de Federale schieting worden volgende titels toegekend: Federaal kampioen :                        trofee Federaal kampioen per ploeg :        wisselbeker Artikel 4: Indien de laatste nationale schieting van het jaar ook de Federale schieting is, dan begint deze om 13.00 uur, loopt over vijf, zes of zeven beurten van de gewone beurtschietingen en worden de volgende titels toegekend: Federaal kampioen :                         trofee Federaal kampioen per ploeg :         wisselbeker Kampioen van België, individueel : trofee + plaket + wisselbeker                                                      trofee  2de en 3de plaats Kampioen van België, beste ploeg : trofee, + 6 medailles                                                            trofee 2de  en 3de plaats Artikel 5: Indien de laatste schieting van het jaar een normale beurtschieting is van het nationaal kampioenschap, dan begint deze om 13.00 uur en worden de volgende titels toegekend: Kampioen van België, individueel : trofee + plaket + wisselbeker                                                      trofee  2de  en 3de  plaats Kampioen van België, beste ploeg : trofee, + 6 medailles                                                           trofee 2de en 3de plaats Artikel 6: De wedstrijd "Koning der Koningen" zal vanaf 2003 voor de eerste maal plaatsvinden bij die maatschappij, waarvan een lid tijdens het vorige seizoen deze titel behaalde. De prijs zal door de inrichtende maatschappij van die dag aan de nieuwe winnaar worden toegekend. Deze kamp, tussen de aanwezige koningen der maatschappijen, loopt over vijf, zes of zeven beurten tijdens de gewone, nationale wedstrijd. (A. V. 30/11/2002) De winnaar is de koning die de meeste vogels neerhaalt. Dit bepaalt eveneens de maatschappij, die de volgende inrichter wordt tijdens het daaropvolgende seizoen. Bij een gelijk aantal afgeschoten vogels gebeurt de kamp onmiddellijk na de wedstrijd Artikel 7: De normale stand van de schutter is vóór de wip vóór de prang. Links of rechts van de af te schieten vogel is ook toegelaten, maar niet verder dan de dwarse, horizontale aslijn van de rechtopstaande mast. Artikel 8: Over alle betwistbare handelingen, die niet in het reglement zijn ingeschreven en die het gewone doen te buiten gaan, ook onder de schutters, wordt aan de tafel met de commissarissen beslist, dit in het voordeel van de veiligheid en de discipline van elke schutter, toeschouwer en maatschappij. Artikel 9: De categorieën voor de LUK en NUKB zijn, ongeacht het geslacht en alleen in functie van de leeftijd op 1januari van het nieuwe seizoen: Junioren tot 21 jaar:       Medioren van 22 tot 60 jaar:   Senioren vanaf 61 jaar:    Dames   Alle schutters, ongeacht tot welke categorie zij behoren, mogen in om het even welk peloton van hun maatschappij worden opgesteld Artikel 10 Bij gebeurlijk kampen heeft een individuele kamp voorrang op een pelotonskamp. Voor elke kamp gebeurt dit afzonderlijk. Volgorde van het kampen: Prijs "Beste schutter van de dag"; Kamp Individueel klassement, 1ste - 2de - 3de  plaats; Kamp klassement per peloton, 1ste - 2de - 3de  plaats; Klassement per peloton Federale schieting, 1ste  plaats. Artikel 11: Indien het niet meer mogelijk is tot kampen over te gaan door regen, duisternis, averij aan de wip of andere redenen, mag het kampen doorgaan in overeenkomst met de betrokkenen op een andere dag en op een neutrale wip, op voorhand af te spreken. Bij dergelijke hebben de individuele kampers recht op twee oefenschoten. Artikel 12: Indien bij het kampen een vogel gedraaid staat, moet naar de volgende vogel worden geschoten. Artikel 13: Een kampwedstrijd is beslist wanneer één der schutters of één der pelotons, bij gelijk aantal beurten, de meerderheid behaalt. Artikel 14 Tijdens de Algemene Vergadering, na het beëindigen van het schuttersjaar, wordt een herinneringsmedaille overhandigd aan de kampioenenploeg van het afgelopen jaar. Artikel 15 Tijdens de proclamatie van de Belgische Kampioenschappen, ingericht door de N.U.K.B. - U.N.A.B., krijgen de kampioenen:   Individueel    1ste - 2de - 3de   een gouden, zilveren, bronzen medaille Medior         1ste - 2de - 3de   een gouden, zilveren, bronzen medaille Senioren     1ste - 2de - 3de   een gouden, zilveren, bronzen medaille       Junioren            1ste - 2de - 3de   een gouden, zilveren, bronzen medaille Dames         1ste - 2de - 3de   een gouden, zilveren, bronzen medaille                              (slechts 1 medaille per person) Voor het kampioenschap per ploeg zijn volgende prijzen voorzien: 1ste  ploeg: één beker; 2de  ploeg: één beker; 3de  ploeg: één beker. lndien er een Uniedag-schieting plaats heeft gehad, met deelname van de balboogschutters, dan worden daar de volgende prijzen uitgereikt: Hoofdstuk VII: Betwistingen. Artikel 1: Alle onvoorziene gevallen worden, zo mogelijk, ter plaatse beslecht door de voorzitters van de deelnemende maatschappijen, samen met de commissarissen indien noodzakelijk en onder de leiding van het bestuur van de N.F.B.B.! Artikel 2: Bij gelijkheid van stemmen, is de beslissing van de voorzitter N.F.B.B. of zijn afgevaardigde doorslaggevend. Artikel 3: Alle schietingen gaan door onder toepassing van het reglement van de N.F.B.B.! Artikel 4: Een afschrift van dit reglement moet op de schieting zichtbaar worden opgehangen of beschikbaar zijn, zodat iedere deelnemer het eventueel kan inkijken. Artikel 5: Indien het, vóór de wedstrijd, aanhoudend regent en er kan niet aan de wedstrijd worden begonnen, dan is het niet noodzakelijk om de wedstrijd op een latere datum te laten doorgaan. Doch de voorzitters van de maatschappijen en het bestuur van de Federatie zullen hieromtrent een beslissing nemen, nadat eerst artikel 3 van hoofdstuk III werd toegepast.