Home Onze Club Historiek Clubs Reglementen Uitslagen Kalender Gallerij
© Made & Powered by Bert
Koninklijke Balboogmaatschappij St. Servatius Aalst

Individueel Reglement voor clubkampioenschap

Over het ganse kalenderjaar zijn er twaalf schietingen tellende voor het kampioenschap. Iedere deelname aan een schieting wordt beloond met 1 vogel als bonus. Het gestelde aanvangsuur dient zo stip mogelijk in acht genomen. Er zal echter naar gestreefd worden telaatkomers, om gegronde redenen, in gemeenschappelijk overleg, soepel op te vangen en 1 inhaalbeurt toe te kennen.  Nochtans dient vermeden te worden dat stelselmatig laatkomen een kracht van gewoonte wordt. Per schieting betaalt elke schutter een bijdrage van 0,5€.  En dit voor de aankoop van nieuwe vogels. De deelnemers per schieting worden in twee groepen ingedeeld, beide groepen bekampen elkaar.  Na elke leeggeschoten prang trakteren de verliezers (groep met minst geschoten vogels) de winnaars op een consumptie.  Bij gelijke stand wordt de consumptie gedeeld.  In geval van oneven aantal schutters valt de laatste uit de boot en betaalt zijn eigen verbruik onder de wip. Per schieting zijn er tien ronden, elke schutter komt aan bod in dezelfde volgorde als deze van het inschrijvingsbord of blad, met dien verstande dat een deelnemer van groep 1 steeds opgevolgd wordt door een mededinger uit groep 2 en vice-versa.  De individueel geschoten vogels tellen voor het kampioenschap en worden in een register genoteerd.  Afgeschoten vogels dienen steeds binnengebracht te worden. Indien de schieting moet worden stilgelegd wegens regen zal de aan gang zijnde ronde afgewerkt worden.  De al afgeschoten vogels zullen tellen voor het kampioenschap.  Er zullen geen inhaalrondes of schietingen meer gehouden worden wegens de overbelasting van de kalender. Er wordt steeds van links naar rechts geschoten, de vogel is afgeschoten wanneer de spil volledig leeg is.  Een onjuiste of verkeerd afgeschoten vogel is ongeldig (niet de eerste van links der nog op  de prang staande vogels). Het opspannen van de boog gebeurt altijd met de nodige veiligheidsvoorzorgen: de loopmonding moet steeds wijzen in de richting van een blinde muur of beveiligingsschutting, nooit opspannen wanneer zich personen bevinden in de onbeschermde ruimte voor de vuurmond. Niet opspannen vooraleer de voorafgaande schutter onder de wip vandaan is, noch wanneer de prang leeg is. Bij opgespannen boog: de loopmond richting binnenkant kap doen wijzen. zodra de boog geschouderd is en het schot vertrekt, is de beurt voorbij, ook bij het naast de kap schieten. indien het schot afgaat vooraleer de boog geschouderd is, en/of bij technisch defekt, mag de beurt opnieuw genomen worden na verhelpen van het euvel. Schot zonder kogel, nieuwe beurt met kogel. Op het einde van het seizoen wordt een klassement opgemaakt en moet iedere schutter drie schietingen (van de 15) laten vallen met het minst geschoten vogels; zodat maximaal slechts 12 schieting meetellen (bij 14 deelgenomen schietingen er 2 laten vallen; bij 13 er 1 laten vallen; bij 12 of minder deelnames is de totaalscore geldig).  Na deze wordt het definitief eindklassement opgemaakt. Onder de wip worden Keizer, Koning en Kallekoning met hun titel aangesproken en vernoemd, op straf van boete.