Home Onze Club Historiek Clubs Reglementen Uitslagen Kalender Gallerij
© Made & Powered by Bert
Koninklijke Balboogmaatschappij St. Servatius Aalst

Het Ontstaan van Balboog

In 1096 vertrokken vanuit West-Europa, 4 ridderlegers naar het heilige land. Robrecht II, een Vlaamse ridder van één van de aanvoerders van de Noord-Franse en Vlaamse ridders. Terwijl de hertog van Neder- Lotharingen Godfried van Bouillon de Lotharingers aanvoerde. Toen op 15 juli 1099 Jeruzalem werd heroverd door de Turken, werd deze laatste koning van Jeruzalem, doch duurden de kruistochten vanuit Europa nog tot 1270, hiervoor waren 3 oozaken: - Goddienstige reden : Het graf van Jezus Christus - De zoektocht van vele ridders naar avontuur - Politieke reden : Het oprukken van de Turken naar Europa Eén van de ridders hier ten lande, Diederik van den Elzas trok viermaal naar het Heilig Land en bracht na één van de tochten in 1149 het heilig bloed mee dat nog steeds bewaard wordt te Brugge. Bij de eerste veldslagen, werden echter zware verliezen toegebracht aan de Christelijke legers. De Turken waren ondermeer uitgerust met kruisbogen met een rieten veer die bijna onzichtbare projectielen afschoten naar hen en waartegen zij niet bestand waren. Een kruisboog die meegebracht werd, werd dan ook nagemaakt, nog beter en meer doeltreffender. Want deze was uitgerust met een veer uit staal, het famueze staal van Toledo, welke in Spanje werd uitgevonden door de Sarazenen. Vele ridders werden met deze boog bewapend en de overwinningen in de veldslagen volgden! Bij hun terugkeer wilden de Edelen ook dit wapen gebruiken, doch wilden de landelijke ridders dit wapen niet gebruiken zij bleven de voorkeur geven aan het open gevecht met zwaarden, bijlen en lansen. Maar de gemeentelijke overheden waren niet zo vies van wit wapen? Het was zeer geschikt voor de verdediging van de stad vanop de stadswallen. In Vlaanderen had Robbrecht de Fries in 1071 privileges aan de gemeenten geschonken, zodat zij een eigen bestuur, rechtspraak en een eigen militie hadden. In 1128 werden de milities van de stad Aalst aangevoerd door Diederik van den Elzas. Aalst bewaarde toen de kroon van het graafschap Vlaanderen. De Stad werd regelmatig aangevallen door een duistere ridder Willem Cliton, met als doel deze kroon te veroveren. Willem Cliton werd gedood door een pijl afgeschoten uit een kruisboog vanop de stadswallen. De verschrikking van dit wapen werd ook in Rome aangeklaagd. Het 2de Concilie van Lateranen gehouden onder het pontificaat van Innocentius II in 1139, veroordeelde dit gehate wapen op straf van banvloek aan allen die dit wapen durfen te gebruiken voor militaire doeleinden. Op het einde van de XII-de eeuw, werd er een ontwerp gemaakt om op een traditionele kruisboog een houten of stalen loop te bevestigen, met een glijgleuf in het achterste gedeelte, teneinde een pees te laten doorschieten. Het opspannen van de boog moest wel gebeuren van een speciale hefboom de Gek genaamd. De Projectielen waren dan bollen uit klei, ofwel pijlen maar dan niet voorzien van pluimen. Deze werd dan wel nog alleen gebruikt voor de jacht en voor sport en spel. De verspreiding van dit wapen, gebeurde ook in Engeland onder Richard Leeuwenhart en droeg de naam “ slurbow “. In Frankrijk onder Filip II met de naam “Arbaléte”. In Duitsland “Kulissenarmbrust” en in de Nederlanden onder de naam “Bal- of Bolboog”. De Balboog was geboren! Deze wapens werden ook gebruikt voor militaire doeleinden. De boedelstaten van de wapenzalen van de kastelen of arsenalen, opgemaakt in het begin van de XVIe eeuw, vermelden in overvloed dit soor materiaal of munitie. Een uitzonderlijk exemplaar van 1549 bevindt zich in de verzameling van de Koninklijke wapensmederij van Madrid. Het was rond 1789, ten tijde van de Brabantse omwenteling dat er voor het eerst melding gemaakt werd van wedstrijden met een kruisboog met loop en ballen. Deze vonden onder andere plaats in de stad Brussel, de bakermat van deze sport. Nog een feit, in 1841 tijdens een wedstrijd van Brussel Kermis, werden de schutterd die een wapen gebruikten met een stalen lat en loop uitgesloten, alleen de schutters die een wapen hadden met een houten veer en loop en die met kleiballen schoten werden toegelaten. Na de Onafhankelijkheid van België in 1830, verkozen veleedelen en begoede burgers dit wapen om hun schutterstalent te kunnen botvieren. Ook om volgende redenen, de beperkte opervlakte die nodig was voor het opstellen van een wip met opvangkap voor de ballen, tegenover de uitgestrektheid van een horizontale liggende wip van de pijlboog. Zo ontstonden ook vele balbooggilden onder andere in Brussel, Aalst, Tienen, Leuven, Antwerpen, Oostende, Visé, Verviers en Hemiksem. Doch velen hiervan zijn reeds verdwenen, alleen in Brussel, Aalst, Tienen, Oostende en Hemiksem zijn nog aktieve beoefenaars van deze sport. Op de toen gemaakte kogelkruisbogen of balboog is steeds de naam “PRIST” met jaartallen 1838 enz. terug te vinden. Deze zijn niet allemaal dezelfde, dor het feit dat deze stuk per stuk gemaakt werden en zo maar stuk per stuk aangekocht werden door de gegoede burgerij. Deze die nog in omloop zijn en de 2 oorlogen overleefd hebben, betuigen nog steeds hun deugdelijkheid en precisie. Een proef van wapendeskundige Ralph Payne Gallway in 1903 gedaan met een balboog met een gekalibreerde bal die samengesteld was uit lood, atimonium en tin en die een gewicht had van 16 gram, haalde een boogwijdte van 350 meter. Deze bogen werden toen ook gebruikt op een wip van 18 à 20 meter hoogte. Een lichter model met kleiballen gebruikte men te Tienen op een wip van 13 meter, deze balbogen noemde men schampend, dames- of kermiswapens. De kruisboog met loop is ook gekend in Azië en Afrika. Een zekere heer Fores hield in 1893 aan de universiteit van Leiden een voordracht over dit wapen, de afmetingen waren dezelfde als deze in Europa maar deze was volledig uit bamboe vervaardigd. De loop was trechtervormig, teneinde er een pijk in te plaatsen met een plat uiteinde met het doel een groten trefoppervlakte te hebben. Een exemplaar van deze Afrikaanse kruisboog geraakte in het museum van Tervuren in 1909. In 1929 heeft de Engelse Majoor Powell-Cotton een gelijkaardig wapen meegebracht vanuit een stam in Hoog-Congo, deze is tentoongesteld in het museum van Birchington, Engeland. Uit noodzaak door het verdwijnen na 2 oorlogen van zovele exclusieve “PRIST” bogen en door de doorgedreven democratisering van deze sport, werd er uitgekeken om nieuwe bogen te maken. Door het vernuft van enkele fijne techniekers in de clubs, gebeurde dit te Oostende,Hemiksem en Aalst, Individueel of in groep. Daardoor werd er een nieuwe elan gegeven in de maatschappijen en konden nieuwe leden aangeworven worden om dit edel, folkloristisch doch zeer kundig en competitief spel te blijven beoefenen. Uit publicaties van Aalst en Tienen en opgesteld door Bauwens, Marcel