Home Onze Club Historiek Clubs Reglementen Uitslagen Kalender Gallerij
© Made & Powered by Bert
Koninklijke Balboogmaatschappij St. Servatius Aalst
 1864: Cisken Wijmeersch, die te Brussel onder de boter deed, en ook te Aalst zijn waren aan de man trachtte te brengen, bleef aldaar iedere vrijdagavond plakken aan de tapkast van de herberg uitgebaat door Frans Van Rillaer. Pochend over zijn "formidable" prestaties onder de balboogwip te Brussel nodigde hij Frans, samen met enige ander pintelierders, uit eens samen naar Brussel te reizen ten einde met hem hun schietkwaliteiten te toetsen. Om aan te tonen dat hij het werkelijk meende en om zijn vrienden beter te overhalen bood Cisken zijn bloedeigen boog in bruikleen aan. Onze Aalstenaars lieten er geen gras over groeien want de zondag daarop togen zij met een 6-koppige peletonnetje welgemutst naar de hoofdstad. Frans Van Rillaer had het geluk een zijvogeltje neer te leggen. De volgende dag stichtten onze vrienden in de afspanning "Den Meiboom" aan de Zoutstraatpoort, gehouden door de juffers Van Cleemputte, de balbooggilde "De Ware Vrienden". Wij schrijven 1864 - datum niet vermeld. Zoals iedereen weet is elk begin moeilijk en kost koken geld. Het is dan ook duidelijk dat niet zomaar onmiddellijk van schietingen sprake kon zijn. Bogen en materieel moesten aangekocht worden. Een wip of perche diende vooraf geplaatst en God weet met wat al zorgen meer de eerste Voorzitter Louis Vaerman en zijn 15 leden zoal werden bedacht. Alleen reeds het opstellen van een onontbeerlijk reglement, dat eerst op 6 november 1865 werd ondertekend, was al een zware dobber op zichzelf, want het omvatte niet minder dan 40 artikels onderverdeeld in 3 hoofdstukken. Stilaan echter krijgt de gilde vaste grond, kwam er leven in de brouwerij en sloten zich meer leden aan niettegenstaande dit niet zo eenvoudig was. Luister even naar art. 2: "Om als lid voorgedragen en aangenomen te worden moet den kandidaat meerderjarig wezen en in tegengeval zal er een schriftelijke toelating van zijn ouders of voogden vereyst worden." Art. 3 voorzag o.m.: "Den kandidaat moet aan den Eed door een lid voorgedragen worden. Het recht blijft den Eed voorbehouden den kandidaat bij gelsoten stembriefjes aan te nemen of te weygeren zonder in welke geval het ook mag wezen de reden zijner beslissing bekend te moeten maken." Art. 4: "In geval den kandidaat de nodige vereysten vereenigd en den Eed voor hem gunstige beslissing neemt, dan wordt zijn aanbieding van twee leden van den Eed geteekend en gedurende acht dagen op een hiertoe aan te duiden en goed zichtbare plaats ter inzage der leden uitgeplakt. Een derde der leden moet tegenwoordig zijn om tot de balottering over te gaan en den kandidaat moet er minstens de helft van de stemmen behalen. De stemming gebeurt met witte en zwarte bonen." Art. 7 der statuten is eveneens het vermelden waard: "De jaarlijkse bijdrage is op 9 fr. gesteld. Voor het niet aanwezig zijn op een vergadering wordt een boete voorzien van 0,25 fr. Vloeken of ergerlijke woorden onder de wip worden gestraft met een boete van 0,25 fr. Bij herhaling een boete van 1 fr. Bij een derde herhaling zal de overtreder van de lijst der leden geschrapt worden." Enkele markante feiten uit die tijd: Toestand van de kas op einde 1866: 28,72 fr. Aantal leden op 12/8/1877: 31 Toestand van de kas op 31/5/1879: 2,31 fr. Op zondag 29 augustus 1881 brak de wip. Over dit feit lezen we in het toenmalig verslag: "Om 5 uren waren onder de wip: Den knaap (helper), Frans Van Rillaer, Charles Van Neck en Vlassenbroeck. Terwijl den knaap bezig was met de vogels te plaatsen trok Charles Van Neck aan de ophalingskoord terwijl de wip nog was vastgebonden en waarvan zij ten halven doorbrak. Denzelfden Charles Van Neck is nog kunnen wegspringen vooraleer zij beneden was. Zoo dus er waren God lof geen maleuren te betreuren, welke zouden kunnen ontstaan hebben. Het stadsbestuur heeft na aanvraag een perche geleend om provisoir te dienen." Een nieuwe wip, die voor de kas een ferme aderlating betekende, werd eerst in 1900 geplaatst. In 1892 werd Rochus De Gheest tot voorzitter verkozen. Het was onder zijn impuls dat de gilde "De Ware Vrienden" een hoogtepunt van haar geschiedenis kende. In 1902 besloot men van lokaal te veranderen en men verhuisde naar de Groenpoort, Geeraardbergsestraat, Aalst. De eerste wereldoorlog dunde fel de rangen van de gilde. Ook het materieel en de bogen hadden zwaar onder deze gebeurtenis te lijden. De bogen werden door de vijand opgeëist en het is begrijpelijk dat heel wat bakens dienden te worden verzet om na de oorlog terug slagvaardig te geraken. Rochus De Gheest overleed op 28 november 1927 na 35 jaar het voorzitterschap te hebben waargenomen. De toetreding tot de Nationale Federatie gebeurde door de ondertekening van de statuten op 2 februari 1930 door Charles Denaeyer. In 1935 was er een heropflakkering van de maatschappij en Pierre Clotman won het eerste officiële kampioenschap van België in 1936. In 1938 maakte de maatschappij een nieuwe en zware inzinking door. Door enkele leden werd het nemen van verregaande en drastische maatregelen vooropgesteld. De voorzitter werd uitgenodigd onmiddellijk zijn ontslag in te dienen wat dan ook prompt geschiedde. Nieuwe verkiezingen werden gehouden en Maurits De Valkeneer werd tot voorzitter verkozen. Hij werd bijgestaan door Eugeen Sanders als ondervoorzitter. Voor de gilde brak nu een nieuwe periode van bloei aan, maar de tweede wereldoorlog stremde de zo betrachte wederopstanding. Precies vijf jaar lange werden de bogen op zolder opgeborgen. Na deze bange jaren mocht de maatschappij zich verheugen, want een schaar jonge lui sloot zich in groep aan bij de "Ware Vrienden". Het was de beruchte "Waterploeg". In 1951, met de stichting van de Aalsterse verbroedering werd Maurits Valkeneer ook voorzitter en zijn secretaris Edward Ballinckx eveneens secretaris van dit overkoepelend oorgaan. In 1952 wist Edward Ballinckx het kampioenschap van België weg te kapen. Eind 1961 betrok de gilde een nieuw lokaal: "De Rode Bol", eveneens inde Geeraardbergsestraat. Een nieuwe wip en schuilplaats voor materiaal en bogen werden er opgetrokken. Reeds op 1 mei 1962 was de zaak voor mekaar en werd het nieuwe lokaal ingehuldigd met een grote stadsschieting. In 1970 werd Philemon Vlasschaert voorzitter, hij leidde de club naar grote hoogten en tot één van de grootste clubs van België, een Ware Vriend in hart en nieren. Onder zijn voorzitterschap had hij 4 kampioenen van België en eenmaal de titel per maatschappij. In 1978 werd deze ook voorzitter van de Aalsterse Verbroedering (een troetelkind van hem), hij was dit tot 1 jan 1995. Op 3 juni 1989 met de viering van het 125-jarig bestaan, kreeg hij een Nationale Orde op voorstel van de gemeenschapsminister van Cultuur, “De Gouden Palm in de Kroonorde”. Zijn secretaris was Gaby Temmerman, dit tot 1990, dan was het Maria Linthout, de eerste vrouwelijke schutter bij de balboogmaatschappijen in het bestuur van een voorheen Men Only Club. Moegestreden tegen zijn zware ziekte overleed Philemon op 3 sept 1996. Zijn opvolger werd Fernand Arents, een waardevol schutter en ook reeds 27 jaren lid, deze was ook een fijne technieker die verschillende balbogen zelf heeft gemaakt. Zeer spijtig nam deze ontslag uit zijn funktie eind september 98. Dan was het de beurt aan Marcel Van Audenhove, een oude rot in de balboogsport. Deze clubs heeft momenteel haar lokaal op de tereinen van het Beukenhof in Aalst.  

De Ware Vrienden